Chronisch schuldgevoel

Het is zondagmorgen, ik ben vroeg opgestaan, ontbeten en nu aan het werk. Voor een flinke tijd gaat het heerlijk, mijn scriptie tik ik er met een hoog aantal woorden per minuut uit, ik ben gefocust, zelfs zo erg dat ik mijn koffie koud laat worden tijdens het proces. Al met al een productieve ochtend. Na het middageten ben ik vrij, had ik mezelf voorgenomen. Eerst maar even boodschappen doen, “dan heb ik nog iets om handen”, denk ik bij mezelf.

Terwijl ik langs de schappen loop kan ik me niet genoeg concentreren om avondeten te bedenken. Ik loop er langs, maar kom er telkens aan het eind van de gang achter dat ik niet heb gekeken naar de producten waar ik langsliep. In mijn hoofd schrijf ik mijn scriptie af: “Dat stukje tekst is logischer op die plek. Oh, als ik daar nou dat citaat nog bij gebruik.” Eigenlijk wil ik gewoon verder werken, dit boodschappen doen werkt toch niet dus besluit ik, lekker saai, naar huis te gaan en me nog even af te sluiten van de samenleving en verder te werken.

Zo kom ik thuis, toch met een simpel diepvriespizzaatje en wat brood als een vriendin me belt. Ja, als ik heel eerlijk ben was het me helemaal ontschoten, ik zou bij haar gaan eten, oeps. Nou, geen probleem, ik spring op mijn fiets en ga bij haar eten. Later op de bank gebeurt me hetzelfde als in de supermarkt. Ik begrijp dat het geen boeiend onderwerp is dus ik spreek het niet uit maar het enige dat door mijn hoofd gaat zijn de letters van mijn scriptie. Zo zit ik daar op de bank, volg het gesprek niet en hoor mezelf hier en daar ‘ja’ zeggen en knik eveneens op de automatische piloot. Mijn gedachten blijven maar afdwalen naar de scriptie en het gevoel dat ik hier eigenlijk aan zou moeten werken. Op de bank, doen alsof ik meedoe met normale dagelijkse bezigheden, op de zondagavond, niet werkend aan mijn scriptie maar daarom ook met een chronisch schuldgevoel.

 

– gepubliceerd op de website van Masters in Leiden-

Verder vertellen of mijn blog volgen? Klik dan hier:

    

Geplaatst in Biologie, Masters in Leiden | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Iets meer zekerheid

Steeds gretiger vacaturesites en de prikborden bij de koffieautomaten afspeurende bleef ik op zoek naar een baan voor naast mijn bijbaan. Tot ik geluk had en iets zag hangen: een interne sollicitatie. ‘Intern’ staat, dacht ik, voor minder concurrentie en zo dus ietsje meer kans om mijn favoriete bijbaan uit te breiden naar nog een leuke plek, om zo samen met mijn bijbaan een klein beetje meer zekerheid van inkomen geven.

Waar ik op dat moment nog niet goed over nadacht is dat een interne sollicitatie ook staat voor concurrentie van collega’s. Dit maakt dat er verschrikkelijk veel gepraat wordt op de werkvloer, ook door mezelf, en er een vreemde sfeer ontstaat. Het begint in de vorm van: “Wie zullen er gesolliciteerd hebben? Wat denk jij?  Zij ook, nee toch?” Dit gaat geleidelijk over in een gissen naar de geschikte kandidaat: “Zou zij het serieus worden? Nee joh, ik denk echt dat jij veel beter bent!”

Iedereen gunt het de ander maar wil het zelf ook erg graag hebben. Alsof dit niet al genoeg slapeloze nachten veroorzaakt komt dan het sollicitatiegesprek. De ochtend van het gesprek stond ik ontiegelijk te twijfelen. Uiteindelijk kwam ik tot het inzicht dat netjes kleden op een plek waar ze je al kennen vreemd is, en besloot om dit niet te doen. Vervolgens mocht ik de hele dag proberen te negeren dat ik die middag een sollicitatiegesprek had, gewoon aan mijn stage zat ik daar achter hetzelfde bureautje, tussen dezelfde collega’s.

Dit alles gebeurde op mijn verjaardag, gelukkig misschien wel want zo kon ik me daar een beetje achter verschuilen. Gezellig felicitaties in ontvangst nemen en lekkere hapjes uitdelen. Zo ben ik 27 geworden, een leeftijd waarvan ik vroeger had gedacht dat ik al lange tijd in een sleur zou zitten met een baan die me eigenlijk niet bevalt, een huis, hypotheek, man en al minimaal één kindje. Zo heeft het niet uitgepakt. Het is de leeftijd waarop ik afstudeer, een verschrikkelijk leuke bijbaan heb en ben aangenomen voor een functie die mij een klein beetje meer zekerheid geeft. Tot zover een mooie leeftijd!

 

– gepubliceerd op de website van Masters in Leiden-

Verder vertellen of mijn blog volgen? Klik dan hier:

    

Geplaatst in Biologie, Masters in Leiden | Getagged , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Dag bottendokter!

Interview met Bram Langeveld, student biologie aan universiteit Leiden

Bram Langeveld met twee fossielen uit eigen collectie, een onderkaakfragment van een wolharige neushoorn en een zeeegel uit het Krijt van Limburg uit mijn collectie

Met een grote glimlach stapt Bram de practicumzaal binnen, op zijn rug een zwaar ogende rugzak die hij voorzichtig op de tafel voor mij zet. Vandaag hebben we het over crustacea, kreeftachtigen, en Bram heeft, net als voor bijna ieder voorgaand practicum, fossielen van thuis meegenomen.

Op achtjarige leeftijd is de gekte ongeveer ontstaan na een themadag bij Naturalis. Terugkijkend moet hij er om lachen: “Ik mocht een dagje ‘fossieloloog’ zijn. Eigenlijk ben ik hier nooit meer mee gestopt.” Het spelenderwijs zoeken is die dag overgegaan in het verzamelen en bewaren van een wetenschappelijke collectie. “Als je begint is alles bijzonder,” legt hij uit, “zo heb ik toen ik een jaar of negen was een stukje krabbenpoot zelf uit een stuk steen mogen hakken! Prachtig toch?” Zijn moeder vond dit gelukkig ook prachtig en hielp Bram al snel met het verzamelen en leerde hem ‘wetenschappelijk’ ordenen.

Na een volgende themadag met zogenoemde ‘bottendokters’ zag Dick Mol de nieuwsgierigheid en het enthousiasme in de jonge Bram en nodigde hem uit om zijn privécollectie te bekijken. “Ik kwam een walhalla binnen,” vertelt Bram met een weer opkomende glinstering in zijn ogen bij de gedachte alleen al. “Maar,” komt er iets serieuzer achteraan, “ideaal zou natuurlijk zo’n toren als hier bij Naturalis zijn, met het juiste klimaat en alles keurig in kasten.” Zijn moeder vond het ook prachtig maar zei wel even voor de zekerheid: “Bram, zo kan het bij ons in huis niet hoor!”

Daar hoeft zijn moeder niet bang voor te zijn, Bram verzamelt graag klein spul, laat alles keurig drogen op zijn kamer en bewaart het in de inmiddels negen ladekasten en enkele dozen gelabeld op vindplaats en geologische aardlaag. “Het gaat mij niet om de grootte of de kostbaarheid, ik wil het vooral zelf vinden.” Hij legt me uit dat: “grote dingen misschien wel spectaculair zijn, maar het mooie zit hem juist in al die kleine stukjes die op de stranden liggen. Weinig mensen nemen de moeite daar goed naar te kijken terwijl je zo unieke dingen vindt!” Daar is wel veel zoeken en conserveren voor nodig, het hele bewaarproces ligt dan ook in verschillende stadia verspreid over zijn kamer. “Alles bij elkaar duurt het een maand of vier voordat alles in goede toestand. met nummersysteem, in het laatje verdwijnt,” vertelt hij met gepaste trots.

“Soms trek ik gewoon voor de lol een laatje open en ga ik alles eens goed bekijken. Zo kwam ik erachter dat enkele van mijn verzamelde schelpen een afwijking hebben. Terwijl hij zijn glimlach nauwelijks in kan houden vraagt hij: “weet je wat ik toen heb gedaan? Contact opgenomen met een expert. En, je raadt het al, die had ook nog nooit zoiets gezien!” Dan blijft er niets anders over dan er een mooi verhaal van maken, opschrijven en publiceren. “Weet je wat het is,” zegt hij dan nog even snel voordat hij afscheidt van me neemt, “een fossiel is zo mooi omdat je de eerste bent na zoveel tijd die het vasthoudt en ziet, echt ziet. Zo’n fossiel vertelt een verhaal, en dat verhaal wil ik maar al te graag horen!”

 

– gepubliceerd op de website van Naturalis

Verder vertellen of mijn blog volgen? Klik dan hier:

   

Geplaatst in Biologie | Getagged , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De schaamte ver voorbij

Nou ben ik gewoon maar bioloog. Het stereotype bioloog is al schaamtevol genoeg en helaas voldoet iedere bioloog daar tijdens zijn studietijd zo nu en dan aan: met kaplaarzen rondbanjeren, door een verrekijker turend met een bemodderde broek, iets te enthousiast over een beest dat je tijdens een practicum open hebt gesneden of ingepakt als een Michellinmannetje op je knieën in de regen naar een dijk starend op zoek naar beestjes. Allemaal dingen die je tijdens je studie mee zal maken en eruit laten zien als echte bioloog, of je het nou wilt of niet. Het enige wat erop zit, is het accepteren.

Zo begon ik bij Naturalis, als het om schaamte gaat, heel erg mild: met een safarijasje met mijn naam erop en een groepje kinderen achter me aan, ook met safarijasjes, om door het museum op dinojacht te gaan. Afgelopen schoolvakantie ging ik een aantal stappen verder. Voor grote groepen Moffel spelen, een eigenzinnige mol met een brilletje op. Een warrige professor Pieper met zo’n soort badmuts op als kale pruik en natuurlijk een brilletje op (waar ik daadwerkelijk wazig door zag). Maar, de mooiste en meest schaamtevolle was wel de schoonmaakster, die zingend met een plat Leids accent de zaal binnen komt, even onder de voetjes van het publiek dweilt en met veel kabaal de zaal weer verlaat.

Net zo geaccepteerd als mijn stereotype bioloog-zijn, voel ik mij de Leidse schoonmaakster, zonder problemen of schaamte. Totdat ik goed naar het publiek kijk en de ene na de andere bekende kop mij met grote ogen aan zie staren. Van die blikken gaan mijn benen spontaan trillen, ineens realiseer ik me wat ik sta te doen en vooral dat dit doodeng is. Dan zie ik ze lachen, niet uitlachen maar meer een combinatie van verbazing en pret. En zo, leg ik me erbij neer. Ik accepteer de schaamte en ga er al zingend, met plat Leids, aan voorbij.

 

– gepubliceerd op de website van Masters in Leiden-

Verder vertellen of mijn blog volgen? Klik dan hier:

    

Geplaatst in Naturalis | Getagged , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Identiteitscrisis deel 2

Het verhaal kan natuurlijk alleen maar mooier worden. Inmiddels staat mijn rekening weer keurig op mijn naam, heb ik excuses gekregen en is alles goed gekomen mede door het schrijven van dit blog en een stukje in de NRC. De macht van het geschreven woord? :)

http://digitaleeditie.nrc.nl/NH/2012/3/20120404___/2_24/index.html#page25

Bloemen als excuses van de ING

Geplaatst in Thuis | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Identiteitscrisis

Alsof ik in een film belandde keek ik een half jaar geleden nog een aantal malen naar mijnING om daar mijn rekening, die ik vanaf klein meisje (de easyblue) al had, te zien staan onder “L.M. Lammers te Utrecht”. Gezien ik zelf K. Lammers heet en in Leiden woon wist ik niet wat me gebeurde. Uiteraard was mijn eerste reactie, na het drie keer kijken dan, de klantenservice bellen. Daar kreeg ik de ‘oh zo fijne reactie’ van het toesturen van een naamswijzigingformulier. Met stomheid geslagen hang ik de telefoon op.

Tegen de tijd dat het formulier de deurmat bereikte bedacht ik me dat het invullen hiervan me verder in de problemen zou werken, ik moest namelijk invullen dat ik eigenlijk “L.M. Lammers” heet en deze naam graag wil veranderen in “K. Lammers”, en dat terwijl ik nooit van deze persoon heb gehoord! Besloten dit niet te doen ging ik langs op het dichtstbijzijnde kantoor van de ING om hulp te vragen.

De man achter de balie moest meerdere keren vragen hoe het nou precies zat, na mijn identiteitsbewijs en pasjes te hebben gezien keek hij alsof hij er nog minder van begreep en ging bellen. Alles zou geregeld worden, ik kon zonder zorgen op vakantie en om het mooier te maken, deze L.M. Lammers bestaat en ontving ook al enige tijd mijn post maar had gelukkig nog niet door wat er gaande was. Eigenlijk was dit dus een tikkende tijdbom aangezien deze persoon een tweede pas aan had kunnen vragen, die van mij had kunnen blokkeren en al mijn geld plus spaargeld in kon nemen, maar aangezien de man achter de balie het zei probeerde ik gerust op vakantie te gaan.

Bij thuiskomst was de naam en het adres nog altijd niet de mijne, na weer een telefoontje met de klantenservice zonder resultaat, een bezoek aan hetzelfde kantoor met dezelfde man zonder resultaat en het verstrijken van enige maanden met deze tikkende tijdbom in mijn handen besloot ik de rekening stop te zetten. Leeghalen en stopzetten, het enige wat erop zit.

Nou was ik het al een beetje vergeten totdat er een reclamefolder van de ING op de deurmat lag voor niemand minder dan L.M. Lammers. Het adres was blijkbaar inmiddels aangepast en ik nog hopend dat het nog van mijn stopgezette rekening was snelde naar binnen achter mijn laptop. MijnING, het starten leek een eeuwigheid te duren maar na het laden schrok ik behoorlijk: “welkom L.M. Lammers”, stond er groot boven mijn rekening. De andere rekening was nu plotseling veranderd in dezelfde eeuwige persoon, wie wil er precies dat ik zo heet en waarom?

Na weer een lang telefoongesprek is mij wederom beloofd dat dit in orde zou komen binnen een week en werd mij een compensatie van vijf euro geboden voor de gemaakte telefoonkosten. Nu maar hopen dat ik ditmaal mijn identiteit voor meer dan twee maanden mag behouden.

Geplaatst in Thuis | Getagged , , , , , , | 2 Reacties

Met mijn kop in het zand

Na het ‘oh zo goede’ voornemen om mijn CV bij te gaan houden drie jaar geleden, vind ik mezelf weer met zweetdruppels op mijn hoofd achter mijn laptop. “Wat heb ik ook alweer allemaal gedaan? Vergeet ik nog belangrijke cursusdagen, hoe zat het ook alweer met die lezing?”

Nou heb ik geen hekel aan schrijven maar een sollicitatiebrief of CV zijn voor mij een flink gevecht met woorden. Ergens ontstaat de neiging om in hoofdletters op te schrijven: “IK BEN DE GESCHIKTE KANDIDAAT, NEEM MIJ AAN!”

Bij het rondvragen naar mogelijke referenties realiseerde ik me pas hoe de arbeidsmarkt er nu uit ziet. De mensen die referenties voor mij kunnen schrijven zijn ook sollicitanten op de functie. Hoe kan ik daar als bijna-afgestudeerde tegenop?

Wetende dat mijn CV van deze gedachtes niet beter wordt, zet ik het uit mijn hoofd. Met mijn kop in het zand en tegelijkertijd lekker in het zonnetje tik ik verder met het idee: ‘je weet maar nooit!’

 

– gepubliceerd op de website van Masters in Leiden-

Verder vertellen of mijn blog volgen? Klik dan hier:

    

Geplaatst in Masters in Leiden, Thuis | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Met rode wangen in de snijzaal

Na een paar maanden in Leiden meldde ik me aan om te assisteren bij de eerstejaarscursus ‘biodiversiteit’. Aangezien ik dit vak niet gevolgd had in Leiden, maar in Utrecht, was dit nogal een gok. Allereerst ging ik op gesprek bij de docent, een klein soort van sollicitatiegesprekje. Hier kwam ik doorheen, maar als ik heel eerlijk ben, denk ik, dat dit was om me een kans te geven en niet omdat ze overtuigd was van mijn kennen en kunnen.

Toen ik het rooster toegezonden kreeg begreep ik er helemaal niets van, er stond bij de eerste dag ‘vlaggetjes ophangen’. Naast dat ik niet begreep waarvoor we vlaggetjes op moesten hangen stond hier de hele dag voor gepland. Na een klein twijfelmoment besloot ik er niet meer over na te denken en het gewoon over me heen te laten komen. De eerste dag gingen we inderdaad de hele dag vlaggetjes uit de knoop halen en ophangen, gepaard met een scala aan plastic beesten en maffe geintjes.

Practicumzaal met vlaggetjes, foto van Karen Bosma

Zo stond ik daar op mijn eerste onzekere dag, met een stukje binnenband van een fiets in mijn hand met een bordje ‘Platyhelminthes’ erbij, voor niet-biologen: dit betekent ‘platworm’. Op dat moment wist ik het even niet meer, wat ben ik hier precies aan het doen? De dag erna begonnen de voorbereidingen voor het practicum zelf, hier kwam ik er al snel achter dat er grote verschillen waren tussen Utrecht en Leiden. Waar ik uit Utrecht een goede theoretische achtergrond had moest ik nu mijn studenten kunnen vertellen over de binnenkant van dieren die ik zelf bij de voorbereiding voor het eerst had gezien.

Eigenlijk kwam het erop neer dat ik deze eerste periode me helemaal kapot werkte. Tijdens de practica stond ik met een constant rode kop omdat ik het erg graag goed wilde doen en alle vragen wilde beantwoorden, bij het nakijken in mijn avonduren schreef ik pagina’s vol met commentaar inclusief kleine tekeningen om uit te leggen hoe het wel had gemoeten en daarnaast besteedde ik nog tijd aan het voorbereiden van het volgende practicum. Dit klinkt als een ‘eens maar nooit meer’. Toch heb ik mezelf na deze eerste keer nog tweemaal aangemeld voor het assisteren: na één keer was ik helemaal om.

Er komen studenten binnen die heel duidelijk aan je laten weten dat dit niet hun vakgebied is, dat ze dit alleen maar doen omdat het verplicht is, geen zin hebben om tekeningen te maken en al helemaal niet in het voltooien van al deze practica. Aan het begin is dit te merken in hun manier van werken, met wat geintjes probeer je ze in ieder geval aan jouw kant te krijgen, waar ze hun best doen omdat je het aardig brengt maar je weet dat ze nog niet echt om zijn. De realisatie van wat ze aan het doen zijn is er ook nog niet, er komen nog opmerkingen waaruit blijkt dat ze niet door hebben dat deze dieren geleefd hebben: “Bij mij zit dit stukje aan de andere kant, klopt deze dan wel?”

Na de eerste  week komt het practicum waar ze, veelal voor het eerst in hun leven, een beest open gaan snijden. Dit vond ik zelf ook een erg vreemde ervaring waar ik van tevoren niet van wist hoe ik dit zou vinden. Het gaat hier om een zeepier, een beestje dat te koop is als vissenaas, een niet erg aantrekkelijk uitziend dier. Dan gebeurt er iets vreemds in zo’n practicumzaal, de ene helft realiseert zich ineens dat dit niet zomaar een betastudie is waar het draait om sommen en stofjes bij elkaar gooien, maar een vakgebied waar je creatief moet zijn, moet kunnen tekenen wat je ziet en precieze friemelwerkjes beloond worden. De andere helft heeft het misschien iets minder op dat gefriemel maar ziet wel waarom dit soort vakgebieden nog altijd voornamelijk in practicumzalen plaatsvinden, het ziet er niet uit zoals op plaatjes in boeken, je moet het zelf doen en zien om het te begrijpen.

Opengesneden worm, foto van Ben Nelemans

Op zo’n moment kijk ik om me heen en zie ik studenten, nog net niet met hun tong uit de mond zoals vroeger bij een computerspelletje, maar wel met rode wangen en een zeer geconcentreerde blik naar het opengesneden wormpje voor hun in het bakje. Na een paar keer wisselend naar de handleiding, computer, boek en de worm kijken zie je bijna een lampje boven hun hoofden aanknippen en slaan ze druk aan het tekenen. Op zo’n moment begrijp ik de docent: dit vak is gewoon een feestje!

 

 

– gepubliceerd op de website van Masters in Leiden-

Verder vertellen of mijn blog volgen? Klik dan hier:

    

Geplaatst in Biologie, Masters in Leiden | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Nieuw blog voor Masters in Leiden

Met trots presenteer ik een nieuw weblog: http://mastersinleiden.wordpress.com/

Karin

 

Mijn studieloopbaan is niet de meest rechtlijnige, waar ik heel even heb gesnuffeld aan een studie creatieve therapie ben ik overgestapt op Liberal Arts & Sciences met een hoofdrichting in de biologie en een tweede in de filosofie. Ik ben nu een bijna-afgestudeerde bioloog die het onderzoek vaarwel heeft gezegd. Waar ik eerst de onderzoeksmaster Evolution, Biodiversity and Conservation deed, ben ik na lang wikken en wegen overgestapt naar de wetenschapscommunicatie.

Daarvoor loop ik stage bij de afdeling educatie van Naturalis, waar ik ook een bijbaan heb: ik geef rondleidingen, kinderfeestjes, speel toneelstukjes en begeleid allerlei activiteiten. Naast erg veel twijfels op het gebied van studie, veel proberen en doen, heb ik nu mijn draai redelijk gevonden. Maar, in de zomer van 2012 komt de volgende stap: een echte baan zoeken.

 

– gepubliceerd op de website van Masters in Leiden-

Verder vertellen of mijn blog volgen? Klik dan hier:

    

Geplaatst in Masters in Leiden | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Fotoreportage van de handpoppenvoorstelling met Moffel en Pier

Een kleine foto-impressie van de vakantieactiviteit van Moffel en Pier bij Naturalis, een kort verhaaltje volgt nog!

Geplaatst in Naturalis | Getagged , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen